Finse Lappenhond

Finse Lappenhond

Oorspronkelijk doel

Een herder- en waakhond bij de rendierhouders. Tegenwoordig ook populair als huishond.

Beknopte geschiedenis

De Finse Lappenhond is een heel oud en tegelijkertijd nieuw herboren ras. Tienduizend jaar geleden en misschien zelfs al eerder hielpen de voorouders van de Finse Lappenhond bij de jacht op de wilde rendieren. Rond 500 na Chr. Werd de jachtcultuur van de Sami steeds meer beïnvloed door de vergevorderde ontwikkeling van landbouw, veeteelt en handel.
De rendieren werden meer en meer getemd en voor verschillende taken ingezet. Daarmee ontstond ook de behoefte aan een hond die geschikt was voor verschillende taken. Rond 1700 moest de oorspronkelijke jachthond omschakelen naar zijn werk als herdershond. Terwijl de kuddes steeds groter werden, nam het aantal honden toe, omdat de mensen het werk niet aan konden zonder de hulp van de honden. Ook de waarde van de honden nam toe. De rijkdom en status van een familie werd afgemeten aan het aantal rendieren maar ook aan het aantal honden.
In 1891 wordt voor het eerst gesproken over een Laplandse herdershond. In 1945 kreeg dit type hond met al zijn diversiteit in bouw, vacht, staartdracht en hoofdtype zijn eerste rasstandaard. Pas eind jaren ’60 werd de Laplandse herdershond verdeeld in twee rassen: de Laplandse herdershond (Lapinporokoira) en de Lappenhond (Lapinkoira). De jaren ’70 was een belangrijke periode voor de ontwikkeling van de huidige Finse Lappenhond. Door wijzigingen in de rasstandaard (1975, 1996) werd het verschil tussen de beide rassen steeds zichtbaarder. Pas in 1993 kreeg het ras zijn huidige naam Suomenlapinkoira.

VroegerNu

Graaf van Bylandt 1904

RvB
Uiterlijk volgens rasstandaard (FCI-189)Oorspronkelijk doel in relatie tot het uiterlijk
Kleiner dan middelgroot, gezien het formaat is de bouw krachtig, iets langer dan schofthoogte. Lange, dikke vacht met rechtopstaande oren.Hoeder van rendieren, snel en energiek, makkelijk kunnen galopperen, trouw naar de baas. Kleine hond, makkelijk wendbaar. Vacht geschikt voor de barre weersomstandigheden en bescherming voor struiken etc.

Huidig uiterlijk

Krachtige iets kleiner dan gemiddelde hond. Diepte lichaam iets minder dan de helft van de schofthoogte. Ronde brede schedel, duidelijker stop met sterk brede voorsnuit, licht toelopend. Snuit iets korter dan schedel. Ovale ogen, bruin, Zachte expressie. Driehoekig oor, rechtopstaand -of tipoor. Rechte rug, korte lendenen. Matige hoekingen voor en achter. Diepe borst. Gewelfde ovale voet. Staart tamelijk hoog aangezet, mag aan de punt een J-vorm hebben, over de rug gedragen of opzij, in rust mag de staart hangen. Vacht, overvloedig, reuen veel manen, boven vacht lang, recht en grof, zachte dichte ondervacht. Alle kleuren toegestaan, basiskleur moet domineren. Moeiteloos gangwerk, gaat makkelijk over in galop.
Reuen 49 cm, teven 44 cm ± 3 cm. Type belangrijker dan grootte.

Gedrag volgens rasstandaardOorspronkelijk doel in relatie met gedrag
Intelligent, moedig, kalm en leergierig. Vriendelijk en trouw.Prima voor behendigheid, schapen hoeden, gehoorzaamheidscursussen. Speelse hond.
Zwemmen graag.

Huidig gedrag

De Finse Lappenhond heeft een vriendelijke uitstraling. Is zeer verdraagzaam t.o.v. kinderen, schrander, speels, leergierig, moedig, trouw en aanhankelijk aan het gezin. Ietwat eigenzinnig, zoals de meeste Arctische rassen, maar ook gevoelig. De teef is meestal wat “deemoediger” dan de reu. Tolerant tegenover soortgenoten en zal niet gauw een confrontatie aan gaan. Ze kunnen prima overweg met andere huisdieren en passen zich ook gemakkelijk aan verschillende omstandigheden. Ze blaffen als ze opgewonden raken door spel, als ze iets interessants ontdekken of om te waarschuwen. Er is sprake van een latent jachtinstinct. Een instinct niet zozeer om prooi te vangen, maar te traceren, hoewel ze muizen als lekkere snack zien.

Gezondheid *1

De Finse Lappenhond wordt gemiddeld in goede gezondheid twaalf tot vijftien jaar oud. Ziektes en afwijkingen die voorkomen bij de Finse Lappenhond zijn met name progressieve retina atrofie (pra), juveniele cataract, heupdysplasie (HD), epilepsie, een traag werkende schildklier en de ziekte van Pompe. Ze komen echter in zeer geringe percentages voor, zowel in Finland als in Nederland.

Overig / Aandachtspunten

Staart mag J- aan het einde hebben, maar wervels mogen niet vergroeid aan elkaar zijn. Tiporen mag, geen hangoren. Kleuren zijn zeer divers, zelfs met witte aftekeningen.

Bron

  • Fédération Cynologique Internationale (FCI)
  • Raad van Beheer (RvB)
  • Graaf van Bylandt
  • Hondenwereld
  • Rasvereniging
  • Diverse kenners van het ras

*1 Deze opsomming is niet volledig. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar www.licg.nl waar alle voorkomende ziekten en erfelijke afwijkingen zijn opgenomen en kort beschreven. Het LICG is een onafhankelijke organisatie over het verantwoord kopen en houden van huisdieren.

Reacties zijn gesloten.