Koninklijke Nederlandse Kennelclub "Cynophilia"
Belgische Herdershond, Groenendaeler

Belgische Herdershond, Groenendaeler

Belgische Herdershond, Groenendaeler

Oorspronkelijk doel

Schapendrijver en waakhond.

Beknopte geschiedenis

Op het einde van 1880 waren er in België een groot aantal honden die de kudden dreven. Het type was heterogeen en de vachten uiterst verscheiden. Met het doel wat orde op zaken te stellen vormden enkele gedreven hondenliefhebbers een groep. Ze lieten zich adviseren door Professor A. Reul van de veeartsenijschool te Creghem, die mag worden beschouwd als de echte pionier en grondlegger van het ras. Het ras is officieel ontstaan tussen 1891 en 1897. Op 29 september 1891 werd te Brussel de “Club du Chien de Berger Belge” opgericht en op 15 november van hetzelfde jaar organiseerde Prof. A. Reul een bijeenkomst in Cureghem van 117 honden, wat toeliet om het bestand te tellen en de beste exemplaren te selecteren. De daaropvolgende jaren werd begonnen met een echte fokselectie, door toepassen van extreem dichte inteelt op enkele dekreuen. Op 3 april 1892 werd door de “Club du Chien de Berger Belge” reeds een eerste, erg gedetailleerde ras standaard opgesteld. Eén enkel ras was toegelaten, met drie haarvariëteiten. Nochtans, zoals men destijds zei, was de Belgische Herder maar een hond van ‘de kleine luiden’, een ras dus dat nog prestige miste. Men mag stellen dat reeds rond 1910 het type en het karakter van de Belgische herder vastlagen. In de loop van de geschiedenis van het ras heeft het probleem van de verschillende variëteiten en de toegelaten kleuren aanleiding gegeven tot veel controversen. In tegenstelling hiermede zijn er echter nooit meningsverschillen geweest met betrekking tot de lichaamsbouw van de Belgische Herder, zijn karakter en zijn werkaanleg.

VroegerNu


Graaf van Bylandt 1904



Foto’s: Alice van Kempen
Uiterlijk volgens rasstandaard (FCI-015)Oorspronkelijk doel in relatie tot het uiterlijk
De Belgische Herder is een middellijnige hond, met harmonische verhoudingen, die elegantie paart aan kracht. Hij is middelgroot, droog en sterk bespierd, inschrijfbaar in een vierkant, rustiek, gewend aan het openluchtleven en gebouwd om te weerstaan aan de zo frequente weersveranderingen van het Belgische klimaat. Door de harmonie van zijn bouw en zijn fier gedragen hoofd moet de Belgische Herder de indruk geven van sierlijke kracht, hetgeen het erfdeel is geworden van de geselecteerde vertegenwoordigers van het werkhondenras. De Belgische Herder zal in stand in zijn natuurlijke houding gekeurd worden, zonder fysiek contact met de voorbrenger.Vachtsoorten:
Bij alle variëteiten moet de beharing altijd dicht zijn, goed aanliggend, van een goede textuur en samen met de wollige ondervacht een uitstekende beschutting vormen.
LANGHAAR:
Het haar kort op het hoofd, aan de buitenkant van de oren en het onderste van de ledematen, behalve aan de achterzijde van de onderarm, die van aan de elleboog tot aan de pols bedekt is met lange haren, die ‘franjes’ worden genoemd. Het haar is lang en vlak aanliggend over de rest van het lichaam en langer en overvloedig rond de hals en op de voorborst, waar het een ‘halskraag’ en een ‘borstveer’ of ‘bef’ vormt. De opening van de gehoorgang is beschermd door dichte haren. Vanaf de ooraanzet zijn de haren opstaand en vormen een omlijsting van het hoofd. De achterzijde van de dijen is bekleed met zeer lang en overvloedig haar, dat de ‘broek’ vormt. De staart is bedekt met lang en overvloedig haar dat een ‘veer’ of ‘pluim ‘ vormt. De Groenendaeler en de Tervuerense zijn de langharigen.
KORTHAAR:
Het haar zeer kort op het hoofd, aan de buitenkant van de oren en het onderste van de ledematen. Het is kort op de rest van het lichaam en voller aan de staart en rond de hals, waar het een halskraag vormt, die begint aan de ooraanzet en dooraanzet en doorloopt tot de keel. Bovendien is de achterzijde van de dijen met langere haren bevederd. De staart lijkt op een korenaar maar vormt geen staartveer. De Mechelaar is de kortharige.
RUWHAAR:
Hetgeen de ruwharige vooral kenmerkt is de ruwheid en de droogheid van het haar, dat bovendien krassend is en warrelig. De haarlengte is ongeveer 6 cm en over het hele lichaam gelijk, maar wel korter op de neusrug, het voorhoofd en de ledematen. Noch de haren rond de ogen, noch de haren die de voorsnuit bedekken mogen zo uitgegroeid zijn dat ze de vorm van het hoofd verbergen. De snuitgarnituur nochtans is verplicht. De staart mag geen veer vormen. De Laekense herder is de ruwharige.

Huidig uiterlijk

Groenendaeler:

Uitsluitend eenkleurig zwart.

Tervuerense herder:

Uitsluitend zwart-gevlamd vaalros (fauve-charbonné) en zwart-gevlamd grijs (gris-charbonné), met zwart masker; de zwart-gevlamde vaalrosse kleur blijft nochtans de voorkeur hebben. Het vaalros (fauve) moet warm zijn, noch licht, noch uitgewassen. Een hond wiens vachtkleur anders is dan zwart-gevlamd vaalros of niet de gewenst intensiteit vertoont, kan niet beschouwd worden als een elitehond.

Mechelaar:

Uitsluitend zwart-gevlamd vaalros (fauve-charbonné), met zwart masker

Laekense herder:

Uitsluitend vaalros (fauve), met sporen van zwart-gevlamd (charbonné), voornamelijk op de voorsnuit en de staart.
Alle variëteiten:
Een weinig wit op de voorborst en de tenen wordt geduld.

Gedrag volgens rasstandaardOorspronkelijk doel in relatie met gedrag
De Belgische Herder is een waakzame en actieve hond, bruisend van vitaliteit en altijd bereid om tot actie over te gaan. Aan zijn aangeboren geschiktheid als bewaker van de kudden paart hij de kostbare goede eigenschappen van de allerbeste waakhond voor huis en erf. Hij is, zonder de minste aarzeling, de hardnekkige en vurige verdediger van zijn meester. Hij verenigt in zich alle vereiste kwaliteiten om een herders-, waak-, verdedigings- en diensthond te zijn. Zijn levendig en alert temperament en zijn zelfverzekerd karakter, zonder ook maar enige vrees of agressiviteit, moeten blijken uit de houding van zijn lichaam en de fiere en opmerkzame uitdrukking van zijn fonkelende ogen. Tijdens het keuren zal men rekening houden met een ‘rustig’ en ‘onverschrokken’ karakter.De Belgische herder is een goede waak- en erfhond, heel beschermend. Is hierdoor heel geschikt te werken en te sporten.
Makkelijk gehoorzaam te maken.

Huidig gedrag

De Mechelaar heeft het kortste lontje, wordt vaak in de africhting en als politiehond gebruikt.

Gezondheid *1

Zoals bij ieder levend wezen komen er bij de hond ziektes voor, de vereniging controleert hierop voor zover mogelijk. De Belgische Herder is een relatief gezond ras. Er komen zeer beperkt o.a. HD, ED en Oogproblemen voor. De Laekense Herder is iets gevoeliger voor ED dan de overige variëteiten. Bij de Mechelse Herder komt wel Cerebellaire Ataxie voor en bij de langharen komt een erfelijke vorm van maagkanker en epilepsie voor. Er worden gedragstesten voor de fokdieren gehouden.

Overig / Aandachtspunten

Correcte voorhand met voldoende voorborst. Te aflopende bovenbelijning en voldoende lengte en elegantie in het hoofd zonder kracht te verliezen.

Bron

  • Fédération Cynologique Internationale (FCI)
  • Graaf van Bylandt
  • Hondenwereld
  • Rasvereniging
  • Diverse kenners van het ras

*1 Deze opsomming is niet volledig. Voor meer informatie verwijzen wij u graag naar www.licg.nl waar alle voorkomende ziekten en erfelijke afwijkingen zijn opgenomen en kort beschreven. Het LICG is een onafhankelijke organisatie over het verantwoord kopen en houden van huisdieren.