Verenigingen en Covid-19

Heel Nederland ondervindt de gevolgen van de Coronacrisis. Natuurlijk denken wij daarbij in de eerste plaats aan mensen, die het slachtoffer zijn geworden van het COVID-19 virus, en aan de zorgmedewerk(st)ers, die ongekende prestaties leveren om deze crisis zo goed als mogelijk te lijf te gaan. Het vaccineren is op 6 januari jl. van start gegaan, dus er lijkt licht aan het eind van de tunnel te komen, al zal het nog vele maanden duren alvorens wij weer terug kunnen gaan naar ‘het oude normaal’.

Gevolgen voor ondernemingen, verenigingen en stichtingen

Van een andere orde zijn de gevolgen voor ondernemers, verenigingen en stichtingen en niet in de laatste plaats de mensen die daar werkzaam zijn. Het beeld laat grote verschillen zien. Er zijn bedrijven die – afgezien van de door hun medewerkers te nemen veiligheidsmaatregelen om besmetting met het virus te voorkomen – nagenoeg probleemloos door kunnen draaien en die nauwelijks getroffen worden door de maatregelen, die de overheid heeft genomen om verspreiding van het virus in te dammen. Er zijn zelfs ondernemingen die hun omzet als gevolg van deze maatregelen hebben zien stijgen. Denk aan de supermarkten en bedrijven die thuismaaltijden verzorgen. Helaas is er ook een grote groep ondernemers, stichtingen en verenigingen, die door de lockdowns in het afgelopen jaar, die de overheid ons noodgedwongen heeft moeten opleggen, de deuren al dan niet tijdelijk hebben moeten sluiten. Denk aan de horeca, sportscholen, winkels, die niet grotendeels voorzien in dagelijkse levensbehoeften, maar ook aan verenigingen.

Kynologenverenigingen

Binnen de Nederlandse kynologie zijn het met name de (regionale) kynologenverenigingen (KC’s) en hondenscholen, die het hardst getroffen worden door de maatregelen van de overheid. Vaak zijn ze voor hun inkomsten in belangrijke mate afhankelijk van de lesgelden van hun cursisten. Daarnaast heeft men de beschikking over een terrein en/of gebouw waar de instructie plaatsvindt. In de meeste gevallen worden die terreinen en gebouwen gehuurd. De vaste lasten lopen door, terwijl de inkomsten nagenoeg volledig zijn opgedroogd, doordat als gevolg van de lockdown geen instructie meer mag worden gegeven. Dat heeft ongetwijfeld ook een flinke daling van het aantal leden als gevolg. Rasverenigingen ondervinden minder nadelige gevolgen dan de KC’s; natuurlijk ook zij hebben te maken met het af moeten blazen van hun Kamp. Clubmatch, wandelingen en andere activiteiten, maar daar staat tegenover, dat veel van hun leden een stevige band met de rasvereniging hebben en vooral lid zijn en blijven vanwege het clubblad, waarin de wetenswaardigheden over hun ras staan. Bovendien beschikken de rasverenigingen in het algemeen niet over gebouwen en terreinen, zodat hun vaste lasten veel beperkter zijn.

De Raad van Beheer en de KNK Cynophilia

Onze brancheorganisatie, de Raad van Beheer op kynologisch gebied, is tot op heden nog niet met een handreiking gekomen. Toch is het belangrijk dat we de handen ineen slaan en er vanuit een overkoepelende organisatie gekeken wordt hoe we kynologen- en hondensportverenigingen kunnen bijstaan in deze moeilijke tijden. De Koninklijke Nederlandse Kennelclub Cynophilia, één van de oprichters van de Raad van Beheer, heeft hierin het voortouw genomen en de juridische mogelijkheden op een rijtje gezet. Deze mogelijkheden zijn ook van toepassing op verenigingen of stichtingen die niet erkend zijn door de Raad van Beheer op kynologisch Gebied in Nederland. Zelfs particuliere hondenscholen zouden hier gebruik van kunnen maken. Laten we elkaar in deze moeilijke tijden helpen en de handen ineen slaan en saamhorigheid uitstralen.

De overheid

De overheid geeft aan dat ondernemers, stichtingen en verenigingen bij verschillende instanties terecht kunnen voor financiële steun.Bij vragen over het steun- en herstelpakket corona kunt u kijken op www.rijksoverheid.nl/steunpakket of op de website van de Kamer van Koophandel: www.kvk.nl/corona. Het KVK adviesteam kan ook gebeld worden met vragen waarop het antwoord niet op de site is te vinden via 0800 – 2117. Dit gratis nummer is op werkdagen bereikbaar van 08:30 tot 17:00 uur. Er zijn verschillende overheidsregelingen beschikbaar die verenigingen steun kunnen bieden om de financiële gevolgen van de coronamaatregelen op te vangen, maar de eerlijkheid gebied ons vast te moeten stellen dat deze voornamelijk gericht zijn op sportverenigingen. Voor hobbyverenigingen – en zo worden kynologenclubs gezien – bestaan nauwelijks compensatieregelingen van de rijksoverheid. Wel zien verschillende gemeenten in dat verenigingsleven kapot wordt gemaakt door de lockdown en doen zij wat zij kunnen om lokaal steun te verlenen.

Gemiste kans

Bij één van die regelingen van de centrale overheid staan wij hier stil. Wij hadden gehoopt dat de Raad van Beheer zich sterk zou hebben gemaakt om de KC’s in aanmerking te laten komen voor de Tegemoetkoming amateursport-organisaties (TASO) en daarvoor zou hebben gelobbyd. Sportverenigingen die door de coronamaatregelen ten minste 20% van hun omzet zijn verloren, konden tot en met 11 oktober 2020 een aanvraag voor de TASO indienen. Deze regeling staat dus helaas niet meer open voor sportverenigingen. Een gemiste kans.

Andere mogelijkheden

De meeste KC’s huren hun terrein en/of gebouw, doorgaans van de gemeente of andere overheidsinstantie zoals waterschap of provincie. Zonder hierbij al te technisch te worden, geldt dat op de huurovereenkomst de artikelen 7:201 tot en met 7:231 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing zijn. KC’s die te maken hebben met een aanzienlijk en aantoonbaar omzetverlies als gevolg van de lockdown doen er verstandig aan in overleg te treden met hun verhuurder om opschorting of beter nog kwijtschelding in elk geval van een deel van de huurprijs te vragen. De KC is als huurder daarin bepaald niet kansloos aangezien de wet de KC meerdere mogelijkheden biedt om opschorting en/of huurverlaging – als het moet zelfs via de kantonrechter – af te dwingen. Wij lopen de twee meest relevante handvatten die de wet biedt met u door.

a. de gebrekenregeling.
Artikel 7:204 lid 2 BW zegt dat een gebrek een staat of een eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid is, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de overeenkomst mag verwachten van een goed onderhouden zaak van de soort waarop deovereenkomst betrekking heeft. Een hele mond vol, maar van belang is, dat al datgene wat het genot van het gehuurde verhindert of beperkt (voor zover dat niet de verantwoordelijkheid van de huurder zelf is) als gebrek wordt aangemerkt. Uit de wetsgeschiedenis blijkt bovendien dat ook als een overheidsmaatregel – zoals hier de lockdown – het gebruik van de zaak verhindert, dit een gebrek oplevert in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW. Nu kan het zijn dat de verhuurder opschorting en huurprijsvermindering wegens een gebrek in de huurovereenkomst heeft uitgesloten. Het is zaak om uw huurcontract (en de algemene voorwaarden) daarop na te kijken. Is dat niet het geval en kan de forse omzetverlies worden aangetoond, dan heeft de KC een sterke zaak om met succes een beroep op opschorting en/of huurprijsvermindering wegens een gebrek te doen.

b. beroep op onvoorziene omstandigheden
Mocht een beroep op huurprijsvermindering in het huurcontract van de KC zijn uitgesloten, dan is er een tweede optie die kansrijk kan zijn. Onvoorziene omstandigheden zijn geregeld in artikel 6:258 BW en dat artikel is van dwingend recht, zodat daarvan in de huurovereenkomst niet mag worden afgeweken. Dit artikel houdt in dat de rechter op vordering van een van de partijen de gevolgen van een overeenkomst kan wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk kan ontbinden op grond van onvoorziene omstandigheden, die van dien aard zijn, dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van deovereenkomst niet mag verwachten. Aan de wijziging of ontbinding kan terugwerkende kracht worden verleend. Die laatste zin (terugwerkende kracht) is belangrijk omdat veel KC‘s de afgelopen maanden al een fors omzetverlies hebben gehad. Dat maakt dat een beroep op onvoorziene omstandigheden wellicht voor de KC nòg interessanter is, dan de gebrekenregeling in stelling te brengen.

Het is goed om te weten dat er – weliswaar vooral in kort geding – al een meerdere uitspraken door de Voorzieningenrechter zijn gedaan, waarbij een opschorting van de huurbetaling dan wel een (tijdelijke) huurprijsvermindering van 20% tot zelfs 50% is toegekend. Inmiddels heeft ook het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep een arrest gewezen dan van belang is. Dat ging over een gevraagde huurkorting in verband met Corona van een congres- en zalencentrum. Ten aanzien van aan de orde gestelde huurkorting overwoog het hof:

“Het hof sluit zich aan bij het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat de coronacrisis gelet op haar omvang en de gevolgen voor de economie en de maatschappij, als een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW moet worden beschouwd. Partijen hebben deze pandemie en haar gevolgen niet in hun overeenkomst verdisconteerd en mochten over en weer ook niet van elkaar verwachten dat dit wel het geval zou zijn. Ten aanzien van de hoogte van de door de kantonrechter toegepaste kortingen stelt het hof voorop dat daarvoor geen maatstaf bestaat zodat deze naar hun aard enigszins arbitrair zijn. De kantonrechter heeft tot uitganspunt genomen dat ‘de pijn’ in dit geval gelijkelijk over partijen moet worden verdeeld, zodat in de periode van 15 maart tot 1 juni 2020, waarin het gehuurde in het geheel niet kon worden geëxploiteerd, de huurprijs met 50% wordt verminderd. Voor wat betreft de periode waarin de onderneming weer is geopend (1 juni 2020 tot en met 31 augustus 2020) heeft de kantonrechter aan de hand van het (verwachte) omzetverlies in de betreffende periode voorshands geoordeeld dat [geïntimeerde] geen aanspraak zal kunnen maken op meer dan 65% van de overeengekomen huur. Deze uitgangspunten acht het hof juist. “

Waar kijkt de rechter naar?

  • U moet voldoende aantonen dat er sprake is van economische achteruitgang t.o.v. situatie zondercorona;
  • Als gezegd is opschorting en/of huurkorting tussen de 20% en 50% mogelijk;
  • Anders dan een economische crisis (immers inherent aan schommelingen in de markt is) vallen de economische gevolgen van de coronacrisis niet binnen het normale ondernemersrisico en daarom komen deze dusniet (enkel) voor rekening van de huurder;
  • De maatschappelijke positie van partijen is van belang: Doorgaans gaat het om een grote verhuurder (gemeente) en als huurder een kleine(re) vereniging;
  • Wat is de impact van het omzetverlies op de huurder?
  • Heeft huurder die financiële impact voldoende onderbouwd
  • Wat heeft huurder gedaan om kosten te besparen?
  • Heeft verhuurder een (door de huurder niet geaccepteerd) redelijk voorstel gedaan?
  • Heeft er overleg plaatsgevonden of heeft huurder de huurbetaling zonder aankondiging stopgezet en zich vervolgens in stilzwijgend gehuld?

Vaak oordelen rechters dat de gevolgen van de coronacrisis qua verschuldigde huurprijs eerlijk overhuurder en verhuurder verdeeld moeten worden. Dus 50 % huurverlaging of opschorting. Anderepercentages of oplossingen komen in kort geding echter net zo goed voor: 25% c.q. 33% opschorting,50%/40%/25% opschorting voor Q2, Q3 resp. Q4 etc. Let wel: dit zijn uitspraken die vrijwel allemaal voor de 2e coronagolf zijn gewezen. Met de wetenschap van nu is het goed mogelijk dat de pijn ook over de 2egolf met ieder de helft moet worden verdeeld.

Wij vertrouwen erop u met deze informatie van dienst te zijn geweest en zijn graag bereid om, indien gewenst, met verenigingen in overleg te gaan om met u de meest kansrijke weg te bespreken. Tevens hebben wij om u op weg te helpen een modelbrief als bijlage toegevoegd om aan uw verhuurder te sturen.

Download Modelbrief huurkorting

Reacties zijn gesloten.