Functionaliteit van het hondenlichaam

Dit lijkt op eerste gezicht een zeer breed dragend begrip maar dat valt best wel mee.
Natuurlijk is het samenleven met een hond fantastisch en verrijkt je leven maar we moeten de hond niet enkel beschouwen als puur een speeltje, troetelitem of anderszins in deze trant.
Een hond, onverschillig welk ras, grootte of oorsprong, is een levend wezen die door de geschiedenis heen ons heeft gediend als nutsdier, gezelschapsdier en zelfs als huisgenoot.
Maar het blijft een levend wezen die door de vele jaren dat wij met hen samenleven ook recht hebben op een goede welzijn en gezondheid.

De hond moet dus niet door onze drang om iets speciaals te creëren veranderen in een karikatuur of look a like die door de bewust of onbewuste modificaties niet meer lijkt op hun voorouders .
Met dit “niet meer lijken” bedoel ik niet de normale beeld veranderingen die door de jaren heen ieder ras meemaakt, dit heeft uiteraard te maken met de vervloeiing van de diverse bloedlijnen.
Waar het in dit verband om gaat is dat iedere hond zijn oorspronkelijke taken normaal aan moet kunnen, eventueel los van wat die oorspronkelijke taken voorheen waren of nog zijn zoals, rattenvanger, ongedierte bestrijder, huishond, gezelschapshond, waakhond, legerhond of helper van de jager enz.
Ik haal dit expliciet aan omdat het welzijn, gezondheid en het gedrag van een hond overduidelijk gepaard gaan met een functioneel lichaam en bewegingsapparaat.

In het brede scala aan rassen die ooit of nog steeds hun rasspecifieke taken hebben, stellen zij ook hun specifieke eisen aan hun bouw van hun lichaam. Duidelijk hierbij is dat we de honden nooit allemaal via één ideale bouwtekening kunnen fokken, wat we wel kunnen, of iets harder gezegd moeten, is juist die rasspecifieke verschillen bewaren, behoeden en via verantwoordde fokkerij ook beschermen zo dat ze qua werk, show of als huishond als ras herkenbaar en bruikbaar blijven.

Wat zijn de belangrijke punten om van een goed functionele bouw en gangwerk te spreken.

In groot verband kunnen we zeggen dat de romp en het bewegingsmechanisme op elkaar afgestemd moeten zijn, we noemen dat met elkaar in harmonie zijn, dat betekent ook dus met elkaar moeten kunnen samenwerken.
Zodra deze onderlinge balans er niet meer is, gaat dit of je het wil zien of niet, te allen tijde samen met schade elders omdat de wetmatigheid van oorzaak en gevolg dan in werking treed.
De voorhand en achterhand moeten hierbij dan ook op de juiste constructieve wijze en ook op de juiste plaats aan de romp verbonden zijn zodat zij in samenwerking met elkaar het hoogste rendement uit de stuwkracht ontwikkeling kunnen halen.
Op haar beurt moet de constructie van de romp in staat zijn om deze krachten zo efficiënt mogelijk door te geven aan de richting ofwel de taak die hierbij bestemd is.

Bewegingen doet de hond puur op een natuurlijke verstoring van het zwaartepunt, dit doormiddel via het naar voren en iets naar beneden brengen van hoofd en hals. Vergelijk dit met sporters o.a. als schaatser, hardlopers of wielrenners voor het hoogste rendement en de stabiliteit in de voortbeweging brengen zij ook het lichaam naar voren, waarmee zij hun lichaam als het ware voorstuwen.
U zult mogelijk nu begrijpen dat het hierbij het ophijsen van de hond aan een strakke lijn omhoog, liefst waarbij we de lijn strak onder de gevoelige keel en ooraanzet plaatsen dit voor de hond naast onplezierig ook, zijn natuurlijke cadans behoorlijk kan verstoren.
Voor sommige zal dit de showuitstraling kunnen verhogen, doch binnen de essentie van het keuren waarbij het gangwerk een uitermate belangrijke rol speelt, zal dit geen enkele kwalitatieve bijdrage leveren of mogen opleveren, integendeel zelfs het welvinden van de hond wordt aangetast en daar moeten we juist altijd voor waken.

Wout Arxhoek

Reacties zijn gesloten.