De Wet Toezicht en Bestuur Rechtspersonen (‘WBTR’)

De Wet Toezicht en Bestuur Rechtspersonen (‘WBTR’) is onlangs is door de Eerste Kamer aangenomen. Deze wet zal per 1 juli 2021 in werking treden. De WBTR is overigens een wijziging van de reeds bestaande Wet Toezicht en Bestuur Rechtspersonen uit 2013. Daarin werden regels gegeven voor (naamloze en besloten) vennootschappen. De wijziging van de WBTR kent een lange aanloop. Al in 2016 werd een wetsvoorstel ingediend. Dit is sindsdien nog grondig herzien voor het uiteindelijk is goedgekeurd door de Tweede en recentelijk de Eerste Kamer.

Wat houdt de WBTR in?

Met de wijziging van de WBTR wordt de regeling voor bestuur en toezicht bij (onder meer) de vereniging en de stichting aangevuld, verduidelijkt en zo veel mogelijk in lijn gebracht met de regelingen die al gelden voor de BV en de NV. Dat was en is een behoefte vanuit de praktijk. Hieronder een kort overzicht van de belangrijkste wijzigingen die zullen worden doorgevoerd voor de vereniging.

  • Raad van commissarissen

Als vereniging kun je, als je wilde, altijd al een raad van commissarissen (ook wel raad van toezicht genoemd) instellen. Die mogelijkheid stond alleen niet expliciet in de wet. De WBTR zorgt dat dit voor de vereniging nu ook in de wet komt te staan. Het is overigens niet verplicht voor verenigingen om een raad van commissarissen te hebben. Maar als de vereniging dat wel wil, zijn de regels hiervoor nu ook terug te vinden in de wet.

  • One tier board

Een ‘one tier board’ houdt in dat de toezichthouders en de bestuurders samen één bestuur (een board) vormen. Je hebt dan uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders. Als er een zelfstandige (aparte) raad van commissarissen RvC is, spreek je van een ‘two tier board’ omdat deze RvC functioneert naast het bestuur. De WBTR zorgt nu dat ook hiervoor een wettelijke grondslag is. Een ‘one tier board’ is niet verplicht. Mocht de vereniging een ‘one tier board’ willen instellen, dan zijn ook de daarop betrekking hebbende bepalingen nu terug te vinden in de wet.

  • Taakvervulling bestuurders en commissarissen

In de wet wordt nu specifiek bepaald dat bestuurders (en commissarissen) van een vereniging zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de rechtspersoon en de daarmee verbonden onderneming. Dat stond al in de wet voor bestuurders (en commissarissen) van de NV en de BV, maar nog niet voor de vereniging. Dit wordt met de WBTR nu gelijk getrokken.

  • Tegenstrijdig belang

Voorheen stond in de wet dat indien de vereniging een tegenstrijdig belang heeft met één of meer bestuurders, de algemene vergadering een of meer personen kan aanwijzen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. De WBTR bepaalt nu dat een geconflicteerde bestuurder (of commissaris) niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het relevante onderwerp. Als hierdoor geen besluit kan worden genomen, neemt de raad van commissarissen (als die er is) het besluit. Is er geen raad van commissarissen ingesteld, dan is de algemene vergadering het aangewezen orgaan om het besluit te nemen. De statuten kunnen hiervoor een andere regeling bevatten. Op deze manier sluit de regeling over een tegenstrijdig belang bij verenigingen aan bij de bepalingen voor een NV en een BV. De modelstatuten voor verenigingen van de Raad van Beheer bevatten geen expliciete bepaling over het tegenstrijdig belang. Als een vereniging gebruik heeft gemaakt van deze statuten, is sowieso op dit punt geen aanpassing nodig.

  • Ontstentenis- en beletregeling

De statuten van de vereniging moeten voortaan – net als bij een BV en een NV – een bepaling bevatten waarin staat wat er moet gebeuren in het geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders (en/of commissarissen). Ontstentenis ziet op de situatie dat een bestuurder defungeert of is ontslagen. Belet ziet op (bijvoorbeeld) langdurige ziekte of schorsing. In de statuten moet dus simpel gezegd worden bepaald wie er beslissingen mag nemen als niemand van het bestuur dat meer kan. In de modelstatuten voor verenigingen van de Raad van Beheer is hierover nog geen bepaling opgenomen, zodat deze nog wel moet worden bedacht. Daar hebben wij overigens vijf jaar de tijd voor. Een vereniging moet namelijk op grond van de WBTR een bepaling hierover opnemen bij de eerstvolgende statutenwijziging. Dat kan dus binnenkort zijn, maar ook pas over een paar jaar en voor zo’n statutenwijziging krijgen wij vijf jaar de tijd.

  • Aansprakelijkheid in faillissement

Voor bestuurders van verenigingen wordt aangesloten bij de regels die voor alle bestuurders van rechtspersonen gelden in faillissement. Bij faillissement kan de curator de bestuurder aansprakelijk stellen voor het tekort in faillissement als het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Hiermee wordt de regel voor aansprakelijkheid niet (inhoudelijk) gewijzigd, maar wordt het toepassingsbereik uitgebreid.

  • Beperking meervoudig stemrecht binnen het bestuur

Het meervoudig stemrecht – als dat er al is – wordt beperkt en aan banden gelegd. Meervoudig stemrecht betekent, dat een enkele bestuurder van een vereniging méér stemmen mag uitbrengen dan de rest van de bestuurders bij elkaar. Binnen kynologische verenigingen kennen wij dat niet. Hooguit dat bij het staken van de stemmen de voorzitter een beslissende stem heeft (die dan dus voor twee geldt). Wij gaan er daarom vanuit dat de statuten op dit punt niet gewijzigd hoeven te worden.

Wordt het aansprakelijkheidsrisico van bestuurders groter met de WBTR?

Op grond van het huidige recht zijn bestuurders van alle soorten rechtspersonen (waaronder verenigingen, stichtingen) tegenover de rechtspersoon gehouden om hun taak behoorlijk te vervullen. Als zij dat niet doen (en dus hun taak onbehoorlijk vervullen), zijn zij aansprakelijk voor de schade die daardoor ontstaat. Dat verandert niet met de WBTR.

Wat wel verandert, is dat de bepalingen over aansprakelijkheid in faillissement ook gaan gelden voor bestuurders (en commissarissen) van informele verenigingen en verenigingen die niet zijn onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Dat zijn amateurverenigingen over het algemeen. Als een bestuurder zijn taken ernstig heeft verzuimd, is het voor een curator belangrijk dat hij de bestuurder hiervoor aansprakelijk kan houden. Dat maakt de WBTR nu mogelijk. Het is dus niet zo dat de aansprakelijkheidsregel gewijzigd wordt, maar wel het toepassingsbereik ervan.

Is het nodig om de statuten van de vereniging te wijzigen?

Zodra de WBTR op 1 juli 2021 in werking is getreden, moeten de statuten van de vereniging bij de eerstvolgende statutenwijziging in de volgende twee gevallen aangepast te worden:

  • De statuten bevatten nog geen bepaling over de wijze waarop in de taken en bevoegdheden wordt voorzien ingeval van ontstentenis (bijvoorbeeld door defungeren of ontslag) of belet (bijvoorbeeld door langdurige ziekte of schorsing) van alle bestuurders en/of toezichthouders.
  • De statuten bevatten een bepaling die inhoudt dat een bestuurder (of toezichthouder) méér stemmen kan uitbrengen dan alle andere bestuurders bij elkaar. Als zo’n bepaling in de statuten staat, is deze tot uiterlijk 5 jaar na inwerkingtreding van de WBTR nog geldig (of de eerstvolgende statutenwijziging). In de modelstatuten voor kynologische verenigingen is bepaald dat elke bestuurder één stem heeft, zodat ras- en kynologenverenigingen hier niet mee in de problemen zullen komen.

Conclusie

Verenigingen die aangesloten zijn bij de Raad van Beheer behoeven door de WBTR geen circus op te tuigen en dure externe adviesbureaus in te schakelen om hen bij te staan bij implementatie van de WBTR; het geld kan veel beter besteed worden aan zaken die echt van belang zijn binnen de kynologie.

Er behoeft slechts één artikel in de statuten te worden opgenomen en dat betreft dan een regeling voor belet of ontstentenis van het (gehele) bestuur. Dat heeft bepaald geen haast. U kunt dit mee nemen bij uw eerstkomende wijziging van uw statuten. Dat moet dan wel binnen vijf jaar gebeuren.

KNK Cynophilia is een onafhankelijke vereniging en zij beschikt sinds jaar en dag over een zogenaamde deskundigenpool met ervaren (oud)bestuurders, die desgewenst ingezet zouden kunnen worden om het bestuur tijdelijk waar te nemen. De belangrijkste taak van deze waarnemende bestuurders is immers ‘op de winkel passen’, lopende zaken afhandelden en last but not least zorgen dat er vanuit de leden een volwaardig nieuw bestuur benoemd wordt.

Daartoe reiken wij onderstaand artikel aan om in de statuten op te nemen:

Artikel Y

Ingeval van belet of ontstentenis van het gehele bestuur wordt tijdelijk de functie van het bestuur voorzien, met als doel zo spoedig mogelijk een algemene vergadering te beleggen teneinde te voorzien in de benoeming van een voltallig bestuur, door:

a. twee personen afkomstig uit de deskundigenpool van de Koninklijke Nederlandse Kennelclub “Cynophilia”, dan wel;

b. twee personen, die het bestuur jaarlijks in zijn laatste vergadering van het kalenderjaar van buiten zijn kring aanwijst dan wel;

c. twee personen die bestuurder zijn van een andere kynologische vereniging, die het bestuur jaarlijks in zijn laatste vergadering van het kalenderjaar aanwijst.

Reacties zijn gesloten.