CYNOPHILIA 125 JAAR

Inleiding

Aan het verzoek, gedaan door het bestuur van Cynophilia, om een bijdrage te schrijven voor het maandblad “Onze Hond”, heb ik met plezier voldaan. Als informatie bron heb ik gebruik gemaakt van de originele en handgeschreven notulen van Cynophilia. Dit verklaart tevens het gebruik van verouderde woorden.

Een verhaal vanaf 1890 tot heden

Op 15 februari 1890 komen in hotel Belle in Arnhem een aantal heren bijeen. Op verzoek neemt de heer K. van Muyden tijdelijk het voorzitterschap waar. Volgens eigen zeggen is hij een leek op het gebied van kennis van de rashond. Om deze reden geeft hij het woord aan de heer Onderwater die zowel de heer Van Muyden als de heer Sutherlang Royards bedankt voor de impulsie in het belang van “den op te richten vereeniging”. Aanleiding hiervoor is dat de KNJV Nimrod al enkele jaren lang geen enkele tentoonstelling georganiseerd heeft. De spreker geeft aan reeds een aantal stappen te hebben gedaan en in correspondentie is getreden met de Het doel van deze bijeenkomst is dan ook om te komen tot de oprichting van een vereniging die hondententoonstellingen organiseert en een stamboek bijhoudt voor ras-luxe honden. Niet voor jachthonden, omdat dit in de werkkring van Nimrod ligt. Hierover ontstaat verdeeldheid en doet zich de vraag voor hoe om te gaan met Dashonden en Terriërs, die immers tot beide groepen behoren. Na een principiële discussie komen de aanwezigen tot de slotsom dat deze discussie op een later tijdstip gevoerd kan worden en ook dat een tweede stamboek niet wenselijk is. Derhalve zal er opnieuw contact gezocht worden met K.N.J.V Nimrod met het verzoek tot een onderhoud inzake algemene belangen. Er wordt een voorstel in stemming gebracht om te komen tot de oprichting van een nieuwe vereniging. Deze wordt geconstitueerd met 17 voor en 2 tegen, waarbij opgemerkt wordt dat de tegenstemmers overhellen naar de bedoeling van de meerderheid. Een voorlopig bestuur wordt benoemd, voorzitter dhr. Onderwater, 12 stemmen, secretaris Hiebendaal, 14 stemmen, alsmede de heren Mulder, van Gelder en van Leeuwen.
Op de vergadering van 1 april 1890 komen de leden bijeen in hotel de la Station in Utrecht. Er wordt verslag gedaan van een gecombineerde bestuursvergadering van 11 maart met het hoofdbestuur van Nimrod, de heren Baron van Tuyll, Jhr. Huydencoper en de heer Berlage samen met het voorlopig bestuur van de Nederlandsche Vereeniging van Liefhebbers en Fokkers van Rashonden; de heren Onderwater, van Gelder en Hiebendaal. Aangegeven wordt dat de doelstelling van de nieuw op te richten vereniging zal zijn om de liefhebberij en de fokkerij van rashonden aan te wakkeren.

En, niet onbelangrijk, dat de voorzitter, de heer Onderwater opdracht van de leden heeft gekregen om zich met de K.N.J.V. Nimrod te verstaan. Het doel hiervan is de algemene maar ook de wederzijdse belangen zoals het houden van tentoonstellingen en een stamboek, te bespreken. Om aan het verstrekte mandaat te voldoen moet de heer Onderwater vragen of Nimrod dat jaar een tentoonstelling organiseert maar ook of de mogelijkheid zou kunnen bestaan dat deze door beide verenigingen gehouden zou kunnen worden. Daarbij moet hij nog vragen om een “schikking”, ten aanzien van vrije toegang voor de leden en inzendingen voor de tentoonstelling. U moet dit alles natuurlijk lezen in de tijdsgeest van einde 1800 en de statuur van de Koninklijke Nederlandsche Jagers Vereeniging hierbij niet onderschatten. Persoonlijk kan ik mij voorstellen dat het toch een wat ongemakkelijke situatie geweest moet zijn voor de voorzitter van deze jonge vereniging. Het antwoord is dan ook een “nee”, om reden dat de leden van Nimrod ƒ 15,– tot ƒ 25,– per jaar aan contributie betalen, en ook omdat deze leden geballoteerd zijn alvorens zij lid van deze vereniging mogen worden. Indien de nieuwe vereniging dezelfde bepalingen maakt kunnen hun leden toetreden tot Nimrod of bij de provinciale afdelingen hiervan. Dat dit geen optie is heeft alles te maken met het feit de leden van de nog op te richten vereniging niet aan Field trials of schietwedstrijden zouden deelnemen en dus gelet op de hoogte van de contributie niet veel aan hun lidmaatschap zouden hebben. Een ander heikel punt, zoals vermeld in de notulen, zijn de kosten verbonden aan de organisatie van een tentoonstelling. Baron van Tuyll geeft aan dat bij een internationale tentoonstelling om buitenlanders en vooral de Engelsen binnen te halen flinke “premiën” moeten worden uitgeloofd. In geval dat deze niet beschikbaar zijn dan blijven ze thuis, bovendien hebben ook enige Nederlanders al aangegeven niet met alleen een diploma tevreden te zijn. Daarnaast moet een vereniging die een tentoonstelling wil houden beschikken, en dat doet Nimrod, over al het materiaal, hokken, afrastering, hokken, kettingen etc. Zaken die bij aankoop veel geld kosten. Grootste bezwaar volgens de voorzitter van Nimrod is echter de weinige belangstelling die in ons kleine Nederland voor rashonden bestaat, waarbij er ook nog eens een tekort aan geschikte terreinen is. Voor een nationale tentoonstelling zouden de hertenkamp in Haarlem en misschien terreinen in Arnhem of Nijmegen een optie zijn maar voor een internationale tentoonstelling moet men toch rekening houden met een directe verbinding met de “grootste buitenlandse reisgelegenheden”. Er wordt toegezegd een overzicht te sturen met daarop de kosten van een tentoonstelling. Ondanks dit alles laat de heer Onderwater zich niet ontmoedigen en geeft aan dat, om aan de doelstelling van de vereniging te voldoen, het plan bestaat om een Book of Points uit te geven. Dit naar Engels voorbeeld, met daarin de beschrijving en een afbeelding van een bepaalde rashond. De heer Berlage acht zich verplicht te waarschuwen tegen een dergelijk boek omdat dit duur zal worden en de gekleurde afbeeldingen veel geld zullen kosten. In het verleden heeft Nimrod wel eens een dergelijke boekje uitgegeven waar echter geen belangstelling voor bleek te bestaan. Het lijkt de heer van Tuyll het beste als de nieuwe rashondenvereniging zou subsidiëren bij een door Nimrod te houden tentoonstelling. Eventueel zou dat al in dit jaar, we spreken hier over 1890, kunnen plaatsvinden, maar dat lijkt vooralsnog geen optie. Voorzichtig wordt ook het stamboek nog ter sprake gebracht waarbij gewag gemaakt wordt van enkele vermeende leemten.
Er worden in het jaar 1890 veel werkzaamheden verricht voor de nieuw op te zetten vereniging. In aanwezigheid van een rechtskundig adviseur worden de statuten opgesteld, welke in1891 tijdens de Algemene Leden Vergadering goedgekeurd zullen worden. Er wordt uitvoerig gesproken over de hoogte van de contributie. Dit blijkt een heikel onderwerp te zijn. Hfl. 10,– is voor de één acceptabel maar vanuit een aantal provincies komen hele andere geluiden. Er wordt een nieuw bestuur samengesteld met de heer H.A. Graaf van Bijlandt als voorzitter en worden liefhebbers van rashonden uitgenodigd lid te worden van de nieuw opgerichte vereniging. Van bestuurslid en latere secretaris, de heer Kloppert, komt het voorstel om Cynophilia toe te voegen aan de verenigingsnaam Liefhebbers en Fokkers van rashonden. Cynophilia betekent vrij vertaald “de liefde tot den hond”.

Eerste tentoonstelling

Voortvarend wordt in Scheveningen de eerste nationale hondententoonstelling georganiseerd, op 4,5,6 en 7 september. De catalogus laat zien dat er 291 honden deelnemen, verdeeld over 42 verschillende rassen.

Er wordt een bedrag van ƒ 2.150 uitgegeven aan medailles. Medailles worden uitgereikt aan de nummers één en twee. Nummer drie en vier krijgen respectievelijk 15 en 10% van het inschrijfgeld terug als prijzengeld. Voor leden van Cynophilia bedraagt het inschrijfgeld ƒ 2,20, niet leden betalen ƒ 4,– De voeding, verzorging en de hokken worden verzorgd door de firma Spratt uit Londen. Diverse advertenties zijn opgenomen waaronder die van “ Hollandsch Hondenvleeschbrood” naast een advertentie van ”Café Restaurant de Seinpost” en ”Hotel Continental in Scheveningue”. Naast zaken de die ook nu nog in de catalogus vermeld worden, vind ik onder hoofdstuk 5 van de statuten de vermelding: Kapitaal, Artikel 25 dat aangeeft dat het kapitaal van de vereniging bestaat uit erfenissen, legaten giften en contributiën. Ingeschreven honden moeten donderdag 4 september voor 12 uur aanwezig zijn op het terrein van de Wielerbaan en mogen vanaf zondagmiddag half vijf vertrekken maar moeten uiterlijk maandag 8 september worden opgehaald. Honden moeten franco verzonden worden. In deze jaren is het mogelijk ter opluistering nesten in te schrijven waarvan de pups verkocht kunnen worden maar ook volwassen honden kunnen daar verhandeld worden. De organiserende vereniging ontvangt daar een percentage van. Drijvende kracht achter dit alles is de voorzitter, Henri Graaf van Bijlandt, die ook genegen is om de totale kosten voor zijn rekening te nemen. Hoe dan ook, de vereniging is een feit. Hoewel Nimrod in eerste instantie niet echt blij is met de komst van Cynophilia blijkt al snel dat er in ons kleine land wel samengewerkt moet worden, wat op termijn steeds beter lukt. Door het hele land worden nu hondententoonstellingen gehouden waar twee samen met Nimrod.

Tentoonstelling Maastricht

In Maastricht wordt van 3 tot 5 augustus 1901 een internationale tentoonstelling georganiseerd en gaat een lang gekoesterde wens van leden in het Zuiden van ons land in vervulling. De locatie is apart, een nieuw gebouwd abattoir mag van de gemeente, voordat het voor het eigenlijke doel gebruikt gaat worden, dienst doen als expositieruimte. Uit oude verslagen valt op te maken dat 10 dagen voor de tentoonstelling het organiserend comité wat nerveus aan het worden is gelet op “wanhopige toestand” van het terrein. Hoewel het een geslaagde tentoonstelling is geweest met ongeveer 850 ingeschreven honden zijn er in verhouding weinig catalogi verkocht en slechts 10 honden veranderde van eigenaar voor een gezamenlijk bedrag van Hfl. 734,50. Opvallend is hier de keuring van de trekhonden, waarvan er hier in totaal 26 zijn ingeschreven. Verder wordt er in het jaarverslag vermeld dat er in Maastricht ter opluistering in de tent een meute, met ”hare sonneurs “ aanwezig is. Het is een geslaagde tentoonstelling waarbij er over het deficit wordt niet moeilijk gedaan. Dit tekort is niet te zwaar voor de draagkracht van de vereniging. Opvallend genoeg wordt specifiek vermeld dat de voeding en de benching goed zijn.
Conform Art.3 al. C van de statuten, “Het samenstellen van een Raspuntenboek van zo veel mogelijk alle erkende hondenrassen met afbeeldingen van de meest volmaakte exemplaren van elk ras”, verschijnt in 1894. Het Raspuntenboek van de meest bekende rassen is een eigen uitgave van Cynophilia” en geschreven door de President van de Vereniging, H.A. Graaf van Bylandt.

Het bevat ruim 400 illustraties en kost ƒ 5, –. In dit naslagwerk zijn de raspunten van de honden vermeld aan de hand van de ras standaard, welke afkomstig is uit het land van herkomst van de betreffende hond. In dit boek valt op dat behalve de naam van de hond ook de naam van de eigenaar vermeld wordt. Gelet op het voorwoord, waarin een uittreksel van de statuten is opgenomen en er gesproken wordt over afbeeldingen van de “meest volmaakte exemplaren” is zoiets, in ieder geval in deze tijd, vragen om moeilijkheden.
Het bestuur van Cynophilia vormt ook het hoofdbestuur van den Bond tot bescherming van den Trekhond.

De financiën van deze bond zullen door Cynophilia afzonderlijk worden beheerd, maar ontvangen donateurs, zonder extra vergoeding, de rechten die verbonden zijn aan het buitengewoon lidmaatschap van de vereniging. Er wordt een werkplan opgesteld dat naar alle waarschijnlijkheid het uitsterven van dit trekhondenras moet voorkomen; al wordt dat niet specifiek zo vermeld. Voor zover de kas van deze bond het toelaat zullen er Matins worden aangeschaft en eventueel ingezet worden voor de fokkerij. De Matin Belgique is een specifiek ras dat gebruikt wordt om aan te spannen. Regels omtrent de leeftijd waarop een teef voor de eerste maal mag worden gedekt worden aangegeven. Het systeem is in principe eenvoudig. De honden worden geplaatst en van de eventuele geboren pups wordt er één afgestaan die daarna ook weer geplaats wordt teneinde een bijdrage aan het voortbestaan van dit ras te leveren. Slechte resultaten in de fokkerij zijn aanleiding om een aantal honden op de veeartsenijschool te laten onderzoeken met speciale aandacht voor de toestand van de geslachtsdelen. Het onderzoek van dr. Jacobs toont afwijkingen in de geslachtsorganen en de nieren aan. Na behandeling en een rustkuur blijken de behandelde honden toch pups te kunnen voortbrengen. Ten behoeve van dit ras zullen concoursen en tentoonstellingen gesteund worden en lezingen gehouden. Zo worden er op de tentoonstelling in Maastricht 26 aangespannen trekhonden gekeurd. Ten tijde van de eerste wereldoorlog wordt er een verzoek ingediend bij de minister van oorlog om dekreuen niet te gebruiken voor oorlogshandelingen. Alle inspanningen ten spijt verdwijnt het ras Matin langzaam maar zeker.

Onmin

Onvrede en onmin tussen leden en besturen veroorzaakt door een verschil van inzicht zijn van alle dag. Er is dan ook niets nieuws onder de zon als na een buitengewone Algemene Ledenvergadering een ‘ “Kynologenvereniging van Nederland. Zij organiseren in 1898 hun eerste club-tentoonstelling in Arnhem. Het aantal inschrijvingen, 290, valt wat tegen. In 1906 houdt deze vereniging op te bestaan.

Overleg

Er komt overleg tussen K.N.J.V. Nimrod en Nederlandsche Kennelclub Cynophilia dat leidt tot het instellen van een commissie. Zo wordt in 1902 een Raad van Beheer ingesteld die zich bezig zal houden met de administratie en het Nederlandse hondenstamboek zoals dat opgezet is door Nimrod.

20 Jarig Jubileum

Ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van NKC Cynophilia worden zowel door H.M. Koningin Wilhelmina” en ook door H.M. de Koningin-moeder zilveren medailles beschikbaar gesteld voor de door Cynophilia georganiseerde tentoonstelling. Bovendien heeft het ZKH den Prins der Nederlanden Hertog van Mecklenburg behaagd het beschermheerschap van de vereniging te aanvaarden. Ook stelt de Prins een grote zilveren medaille ter beschikking.

Hoewel de belangstelling van het koninklijk huis voor honden er altijd geweest is, brengt Prins Hendrik pas in 1907 incognito ’s morgens om negen uur een kort bezoek aan de Cynophilia tentoonstelling in Amsterdam. Hij toont slechts zeer voorbijgaande belangstelling voor het tentoongestelde materiaal. Slechts een paar momenten toefde bij de Teckels, dit, omdat volgens zeggen de prins een dashond zocht voor Hare Majesteit Koningin Wilhelmina die in het bezit van een Teckelteefje zou zijn. Na het overlijden van prins Hendrik wordt de echtgenoot van H.M. Koningin Juliana, ZKH prins Bernhard in 1948 beschermheer van deze vereniging.
Het jubileum wordt gevierd met o.a. de benoeming van de heer Kloppert, lid/secretaris vanaf de oprichting, tot erelid van de vereniging en ook met een diner dat door het bestuur aangeboden wordt aan het erelid. Een geschenk, bestaande uit ”eenige zilveren tafelversiering”, wordt hem hierbij aangeboden door mevrouw Hoogenveen namens 200 vrienden en vriendinnen uit de kynologie. Dit geschenk zal voor hem steeds een aangename herinnering blijven aan de goede verstandhouding tussen de leden en het bestuur. In het Doelen Hotel in Amsterdam wordt een feestmaal aangericht voor alle leden dat zo in de smaak blijkt te vallen dat de afgevaardigde uit Leeuwarden voorstelt dit maandelijks te herhalen.
Gedurende deze 20 jaar heeft Cynophilia door heel Nederland 25 tentoonstellingen georganiseerd. Het totale tekort over deze tentoonstellingen bedraagt liefst ƒ 50.438,31. Dit bedrag wordt uit de kas bijgepast en laat zien hoe welgesteld deze vereniging is. Dit neemt niet weg dat er wat donkere wolken worden gevormd. De oorlog 1914 -1918 zal hier ongetwijfeld een rol in gespeeld hebben, maar ook de toename van rasverenigingen en plaatselijke verenigingen spelen daarbij een grote rol. Hierdoor blijft het ledenaantal gestaag afnemen en is er amper aanwas van nieuwe leden. Er wordt een voorstel tot ontbinding van de vereniging aan de leden voorgelegd. Niet omdat er onvrede onder de leden is, zoals dat het geval is geweest in 1896. In tegendeel, het voorstel wordt ter tafel gebracht omdat het bestuur de mening is toegedaan dat door de gewijzigde omstandigheden de vereniging overbodig is geworden. Het bij de oprichting gestelde doel om de Nederlandse kynologie in goede banen te leiden, liefhebbers van rashonden te verenigen in een krachtige vereniging en door het organiseren van hondententoonstellingen de belangstelling voor de rashondenfokkerij aan te wakkeren, was naar de mening van het bestuur bereikt. Evenals dat er ook een registratie boek voor rashonden en kennels tot stand gekomen is. Cynophilia heeft in samenwerking met de KNJV Nimrod en de Vereniging Nederland, de Raad van Beheer ingesteld voor de regelgeving op het gebied van de rashond. Het doel is bereikt en het toenmalige bestuur stelt dat zij haar taak volbracht heeft. Een schrijven hierover aan de leden door het bestuur sluit af met de zin: ”het bestuur er van overtuigd is, dat dit voorstel door de vele oude vrienden, die de vereniging nog bezit, met diep leedwezen zal worden ontvangen, doch dat het juist die vrienden zijn die het voorstel begrijpen en billijken.” Dit schrijven wordt ondertekend door het hele bestuur en brengt veel commotie te weeg. Er wordt vanuit de leden een voorlopige commissie opgericht met als doel de vereniging te handhaven en verder tot bloei te brengen. Er wordt een gedeeltelijk nieuw bestuur gekozen en Cynopihlia gaat dóór. In 1926 komt de “Winner” titel tot stand maar de kosten/baten verhoudingen van de tentoonstellingen in de daarop volgende jaren over het algemeen negatief uit vallen. Tekorten worden bestreden uit contributies en vrijwillige bijdragen door de leden. In 1952 wordt aan Cynophilia het predicaat “Koninklijke” toegekend en luidt de officiële naam Koninklijke Nederlandse Kennelclub Cynophilia.
Inmiddels is het kind van de KNLV Nimrod en de KNKV Cynophilia, de Raad van Beheer, volwassen geworden. De afspraak die bij oprichting van de Raad gemaakt is om drie van de negen bestuursleden van de Raad aan te wijzen uit het ledenbestand van Cynophilia, is tijdens het democratiseringsproces van een aantal jaren geleden komen te vervallen. De Raad van Beheer is een vereniging van verenigingen geworden waarvan ook Cynophilia lid is. Net als in de maatschappij is ook de kynologie opgeschud en onderhevig aan veranderingen. Met nieuwe inzichten, normen en waarden. Als er in de jaren 60 een suppoost tijdens de Winner Tentoonstelling in de Amsterdamse RAI onheus bejegend door een deelnemer, wordt daar geschokt op gereageerd. Tegenwoordig kijkt daar nog slechts een enkeling van op. De vraag doet zich dan ook voor of de opeen volgende besturen van deze eerbiedwaardige vereniging niet te laat geanticipeerd hebben op alle veranderingen. Denk bijvoorbeeld aan het betrekken van jongeren bij de kynologie, of wellicht was er een mogelijkheid geweest om het onderzoek naar erfelijke afwijkingen te stimuleren.
Behalve het organiseren van de Winner neemt Cynophilia in 1953 de organisatie van gedrag en gehoorzaamheidstrainingen ter hand die afgesloten kunnen worden met een gehoorzaamheidsdiploma op diverse niveaus. Cursussen G&G 1, 2 en 3 worden door diverse kynologenclubs opgestart. Door Cynophilia worden instructeurs opgeleid en ook de keurmeesters die het examen moeten afnemen. De hondensport, het bezig zijn met je hond, krijgt meer aandacht en wordt populairder. Alle facetten van de hondensport gaan tot de werkzaamheden van Cynophilia behoren., Agility, flyball en obedience, alsmede de opleiding maar ook de examens. Daarnaast organiseert de vereniging samen met o.a. de Raad in het begin van het nieuwe jaar de Hond van het Jaar Show. Om deel te mogen nemen aan deze show worden honden uitgenodigd, die bepaalde tentoonstellingsresultaten hebben behaald uitgenodigd. Daarnaast worden er door ”Cyno Campus” cursussen georganiseerd over diverse onderwerpen.

En Nu

In 2014 treedt bij Cynophilia een nieuw bestuur aan met onder andere als taak een noodzakelijke reorganisatie ter hand te nemen. Het bestuur wordt geconfronteerd met vrijwel lege bankrekeningen en een behoorlijke betalingsachterstand. Het lijkt er sterk op dat de tering niet bijtijds naar de nering is gezet. Om te overleven zullen er harde noten gekraakt moeten worden. Het dienstverband met de medewerkers moet worden beëindigd en er worden betalingsregelingen met de crediteuren getroffen. Een overleg met de Raad van Beheer resulteert in een samenwerking voor de Winner 2014 en de daarop volgende jaren. De sporten zijn per 1 januari 2015 in zijn geheel overgegaan naar de Raad van Beheer.
Wij zijn een land van weinig tradities, maar het kan toch niet zo zijn dat de belangrijke rol die de Koninklijke Nederlandse Kynologen Club Cynophilia altijd vervuld heeft, na 125 jaar ten einde is? Er zijn leden, er is een hard werkend bestuur en het vlaggenschip van de Nederlandse georganiseerde kynologie verkeert na een woelige periode weer in rustig water. Cynophilia is een vereniging met nog altijd veel kennis aan boord die gedeeld en benut moet worden met en door de Nederlandse kynologie. Zeker in de deze tijd, waar de hond in onze maatschappij kritisch bekeken wordt en de rashond, waar Cynophilia zich altijd hard voor gemaakt heeft, bestempeld wordt als zijnde een ongezond “product”, ligt er voor deze vereniging nog een schone taak in het verschiet. Het is wenselijk dat zowel de leden als het bestuur zich zullen realiseren dat het belang van de rashond ook naar 125 jaar behartigd dient te worden. Onze rashond verdient dat zeker!

Bestuur KNK Cynophilia met dank aan Ellen Canta-Zintel.

april 2015

Reacties zijn gesloten.